Cambodja en Thailand zijn cultureel nauw met elkaar verweven. De wortels van de Cambodjaanse cultuur en taal gaan vanaf de tweede eeuw terug op de binnenkomst van Hindoestaanse zeevaarders uit Shri Lanka. In de loop van de dertiende eeuw is echter het Boeddhisme gaan gelden als staatsgodsdienst. De wortels van de Thaise cultuur, althans die van Centraal-Thailand, voorheen Siam genaamd, gaan vanaf de derde eeuw terug op ‘immigratie’ vanuit Zuid-China waar het Boeddhisme gaandeweg dominant is geworden. Op religieus gebied is Thailand met het Theravada-Boeddhisme van grote invloed geweest op Cambodja. Omgekeerd is Cambodja, voorheen Khmer-Rijk genaamd, cultureel inspirerend geweest voor Thailand, bijvoorbeeld voor de danskunst en voor bouwstijlen.
Dat laatste is met name zichtbaar in tempels met een herkenbaar Hindoestaanse signatuur. Een voorbeeld daarvan is het grote, altijd omstreden grote Preah Vihear-tempelcomplex, tussen de negende en elfde eeuw gebouwd op de grens tussen Cambodja en Thailand. Het is gebouwd op de top van een 525 meter hoge klif in het Dangrek-gebergte, is ongeveer 800 meter lang en bestaat uit meerdere niveaus, trappen, galerijen en vijf indrukwekkende toegangspoorten.
In 1904 werd onder Frans bewind vastgesteld dat de grens tussen de landen samenviel met een waterscheiding in het Dongrek-gebergte, op grond waarvan de tempel aan Thailand was toegewezen. Die waterscheiding is in feite een stroom gevormd door afvloeiend regenwater: aan Cambodjaanse zijde richting de Mekong en aan Thaise zijde richting de Chao Phraya. In 1907 publiceerde Frankrijk toch een landkaart waarop de tempel op Cambodjaans grondgebied ligt. Er volgde geen protest van Thailand. Maar toen de Fransen zich in 1954 terugtrokken uit Cambodja, bezette Thailand de tempel. In 1962 legde Cambodja het geschil voor aan het Internationaal Gerechtshof en dat besliste dat de tempel -zonder omgeving- aan Cambodja toebehoorde. Thailand legde zich erbij neer. Toen in 2008 de tempel op verzoek van Cambodja werd toegevoegd aan de UNESCO-lijst van werelderfgoed, braken er bij de tempel ongeregeldheden uit waardoor Cambodja de zaak uiteindelijk in 2013 opnieuw aan het IG voorlegde. Dat besliste opnieuw dat de tempel en zelfs het plateau van bijna vijf km² waarop het staat, aan Cambodja toehoort. Sindsdien is de situatie rondom de tempel altijd gespannen. Aan beide zijden van de grens zijn parate militairen gelegerd.
Aanvankelijk was de tempel alleen vanuit Thailand te bereiken, via een goed aangelegde geasfalteerde weg naar boven. Maar in 2008 sloot Thailand de grens vlak onder de top en was deze route dus afgesneden. Rond 2015 maakte Cambodja de tempel echter zelf benaderbaar, via een nieuw aangelegde weg én via een houten trap met 2245 treden.
Bij de huidige spanningen speelt de Preah Vihear-tempel opnieuw een rol in de retoriek van beide partijen. De focus van het conflict ligt nu echter bij vier grensovergangen in de nabijheid van tempels die door beide landen geclaimd worden: Ta Moan Thom, Ta Moan Toch, Ta Krabei en het Mom Bei-gebied. Cambodja heeft deze kwestie(s) aan het Internationaal Gerechtshof voorgelegd. Thailand verwerpt deze arbitrage, eens te meer omdat het land het IG niet erkent. Het wil dat de zaken bilateraal besproken en geregeld worden waarvoor een bestaand overlegvehikel geactiveerd moet worden, het Joint Boundary Committee (JBC). Het is afwachten of dit soelaas zal bieden.
Te midden van alle onrust heeft nog een andere zaak nieuwe aandacht gewekt. Dat is het feit dat een Thaise ondernemer in 2021 het initiatief heeft genomen tot de bouw van een replica van de Angkor Wat-tempel in Buriam, een provincie in het noordoosten Thailand. Cambodja ziet het als onrechtmatige culturele toe-eigening waartegen het internationaal-juridische stappen heeft ondernomen. Thailand beweert dat het tempelcomplex gewoon wordt gekenmerkt door streek-eigen stijlelementen.
Ontdek meer van Cambodja Glim en Grim
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.