De plotselinge oorlog tussen Cambodja en Thailand heeft vijf dagen geduurd, van 24 tot 29 juli. In de communiqués is opgeteld sprake van vierenveertig doden, 200 duizend evacuees en 200 duizend Cambodjaanse gastarbeiders die via Battangban Thailand hebben verlaten. Naar verluid keren evacuees en arbeiders nu druppelsgewijs terug.
Door het gebruik van geavanceerde wapens aan beide zijde van het front is er op meerdere plaatsen langs de 500 kilometer lange grens aanzienlijke schade aangericht. Dat is met name het geval in en rondom de locaties waar soms duizend jaar oude tempels staan. Die tempels markeren de scheidslijn, vereerd en geclaimd door mensen aan beide kanten van de grens. Ze zijn de symbolische frontlinies geworden in de langlopende eigendomsstrijd en het onderwerp van debatten over nationaal erfgoed.
Een van die tempels is Preah Vihear – al ter sprake gekomen in de blog van 3 juli. Na Angkor Wat geldt het als de meest bijzondere en meest bekende tempel van Cambodja. De tempel is vorige week zwaar gebombardeerd door Thaise strijdkrachten. Heng Ratana, directeur-generaal van het Cambodian Mine Action Centre (CMAC) vertelde dat het ging om droppings van 230-kilo zware MK-82-bommen vergezeld van artilleriebeschietingen met onder andere 155 mm-granaten met clustermunitie. Ratana eindigde zijn verklaring met: “Elk regime of individu dat het waagt Preah Vihear te vernietigen zal onvermijdelijk karmische vergelding en ondergang tegemoet zien.”
Het ‘bombardement op de tempel’ roept misschien het beeld op van een -forse- beschadiging van een enkelvoudig tempelgebouw. De feitelijke toedracht is anders. Het gaat niet om een gebouw maar om een complex van gebouwen en bouwsels dat zich uitstrekt over 800 meter met een totaal hoogteverschil van 100 meter. Het omvat in feite vier bebouwde arealen op evenzoveel plateaus verbonden met trappen en wandelpaden. Sommige gedeelten van het complex hebben na al die eeuwen een ruïneus aanzicht. Daarom zijn de beschadigingen in dat immense complex als gevolg van de bombardementen niet alleen lokaal beperkt maar ook niet direct onderscheidbaar. Nader onderzoek en analyse vooral van de kant van UNESCO zal de zaak verhelderen.
Gebrekkige informatie op dit moment maakt de zaak er niet minder pijnlijk om en is olie op het hoog opgelaaide nationalistische vuur. Voorbeelden hiervan in de opinierubriek van Khmer Times van enkele dagen geleden: “Wij, het Cambodjaanse volk, accepteren geen Thaise jurisdictie over ons land, onze tempels of onze burgers en zullen dat ook niet doen. Ta Mone Thom is niet Thais en is dat ook nooit geweest. De tempels van Ta Mone Touch, Ta Krabey en andere tempels in het Dangrekgebergte zijn schatten van het Khmer-erfgoed. Deze tempels werden gebouwd door onze Khmer-voorouders, gegrift in onze taal met het stempel van de Khmer-beschaving – niet van het Thais.” (…) “Thailands gewoonte om niet alleen land maar ook cultuur en identiteit te stelen is goed gedocumenteerd. Van keuken tot klassieke dans, van zijden patronen tot religieuze monumenten: Thailand heeft zijn imago lang gebouwd op geleend Khmer-erfgoed, om vervolgens de oorspronkelijke eigenaren van huisvredebreuk te beschuldigen.”
Ontdek meer van Cambodja Glim en Grim
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.