De wereld is vergeven van handelsallianties tussen landen. Gemeten naar bevolking (2 miljard) en bruto binnenlands product (27.000 miljard dollar) is RCEP het grootste vrijhandelsblok ter wereld (30 procent van de wereldmarkt).
RCEP staat voor Regional Comprehensive Economic Partnership en is een vrijhandelsakkoord tussen vijftien landen in Azië en Oceanië, dat in werking trad op 1 januari 2022. Lid van de RCEP zijn China, Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland en de tien Zuidoost-Aziatische landen verenigd in de ASEAN (Brunei, Cambodja, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Filipijnen, Singapore, Thailand, Vietnam). Bij de oprichting in 2020 werd de alliantie gelanceerd als schild tegen het toenemende wereldwijde protectionisme. Door de handelsstorm vanuit de VS heeft die ambitie alleen maar aan urgentie gewonnen, omdat de afspraken en tarieven voor ieder land anders zijn uitgevallen. Feitelijk komt de werking van de overeenkomst nog maar schoorvoetend van de grond. Het kerndoel van de overeenkomst is het verlagen van de onderlinge invoerrechten, maar dat stuit praktisch op grote problemen. Sommige landen willen hun landbouwsector beschermen, anderen hun industriële productie. De regels over het vaststellen van de oorsprong en certificering van producten zijn onduidelijk of ontbreken. En verder spelen verschillen in digitale infrastructuur, douanecapaciteit en juridische harmonisatie een rol, maar ook dat er weinig bindende afspraken zijn over arbeidsrechten, milieu of staatsbedrijven. Niet verwonderlijk dat er een tijdspad van twintig jaar is afgesproken voor volledige implementatie. De vraag is nu hoe de onderlinge verschillen sneller overbrugd kunnen worden en dat staat binnenkort centraal op de agenda van de ASEAN-RCEP-top in Kuala Lumpur. Die top is recent voorbereid in een beraad van de ministers van financiën van de Asean-landen. Bij die gelegenheid ontvingen ze ook Amerika’s handelsvertegenwoordiger Jamison Greeg. Deze legde uit dat de hele Zuidoost-Aziatische halfgeleiderindustrie naar de VS verplaatst moet worden op straffe van stevig aangescherpte invoertarieven. Het zou nodig zijn ‘vanwege de veiligheid van de VS’, lees: om de chipstrijd met China te kunnen winnen. China is echter het grootste en belangrijkste lid van RCEP waarbij alle Asean-landen zijn aangesloten. De vraag is of de druk van de VS erin slaagt om de Asean-landen (anders dan die van de EU) uit elkaar weet te spelen of dat die dreiging juist de interne integratie ten goede zal komen.
Ondertussen werpt de RCEP nu al partiële resultaten af, met name ook voor overzichtelijke handelsbesluiten van kleinere deelnemende landen. Cambodja exporteerde in de eerste vier maanden van 2025 voor $3,6 miljard naar RCEP-landen, een stijging van 7,6% ten opzichte van vorig jaar. De totale bilaterale handel met RCEP-partners bereikte $13 miljard USD, goed voor 65% van Cambodja’s internationale handel. Het betreft vooral de export van textiel, schoeisel, elektrische apparatuur, rubber en meubels. Bovendien is Cambodja dankzij lage kosten en betere toegang tot grondstoffen aantrekkelijker geworden voor investeringen en verwerking van halffabricaten van bedrijven uit andere RCEP-landen.
Er zijn twee RCEP-landen voor welke de RCEP-voordelen lijken verdampt: Thailand en Cambodja. Hun vijfdaagse oorlog en de voortdurende nasleep daarvan heeft voor beiden een economische schade gebracht die spoedig opgelopen zal zijn tot een miljard dollar. Dat is uiteraard afgezien van al het menselijk leed en maatschappelijke ontwrichting waaronder arbeidskrachtentekort in Thailand en werkloosheid in Cambodja.
Ontdek meer van Cambodja Glim en Grim
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.