Persvrijheid en het eind van USAID

Een van de groteske executive orders van DT betreft het stopzetten van USAID. Dit ontwikkelingsprogramma van ong. 65 miljard dollar per jaar, in 1961 opgezet door president Kennedy, voorzag in hulp op alle fronten voor wat we tot voor kort ontwikkelingslanden noemden. Het programmaonderdeel gezondheidszorg voorzag bijvoorbeeld in de levering van HIV-medicatie en malariabestrijdingsmiddelen. Cambodja heeft sinds 1991 (Verdrag van Parijs) voor 30 miljard dollar geprofiteerd van het fonds. Wereldwijd, en vooral in Afrika, gaat het wegvallen van deze Amerikaanse soft power ten koste van honderdduizenden mensenlevens en ook Cambodja is zwaar gedupeerd op het terrein van de gezondheidszorg en van de mijnenopruiming.

Een onderdeel van het Usaid-program was het stimuleren van democratie, mensenrechten en persvrijheid. Ook aan deze ondersteuning is dus met één pennenstreek een eind gekomen. En dat is in Cambodja de zoveelste harde dreun voor het toch al uitgedunde medialandschap. Vanaf 2017, het jaar van de machtsgreep van Hun Sen met zijn Cambodjaanse Volkspartij (CPP), is het bergafwaarts gegaan met de persvrijheid. Eerst werd The Cambodia Daily verboden, vanwege een betwijfelde belastingschuld. Vervolgens werd de Phnom Penh Post verkocht aan een Maleisische vriend van het Cambodjaanse regime. Daarna zijn de voor de Cambodjaanse oppositie zo belangrijke nieuwszenders de Voice of America en Radio Free Asia het zwijgen opgelegd.

En nu, met het stopzetten van Usaid, zijn ook de Amerikaanse bijdragen voor de nog resterende vrije media komen te vervallen. Op dit moment is onafhankelijke nieuwsgaring alleen nog voor handen via online platforms als Facebook en YouTube. Daar zijn de geluiden te horen van de Cambodian Journalists Alliance (CambodJA) voor onderzoeksjournalistiek en mensenrechtenrapportages, en van het Center for Freedom of the Press (CFJ) dat gesteund wordt door UNICEF en het Human Rights Office van de VN.

Volgens Reporters Without Borders (RSF) staat Cambodja nu op de 161e plaats van 180 landen in de World Press Freedom Index, tien plaatsen lager nog dan vorig jaar. Dat strookt met de vele verhalen over arrestatie en intimidatie van journalisten die onderzoek doen naar de betrokkenheid van de politiek bij cybercriminaliteit en milieuverwoesting.

In dit verband herinnert iedereen zich nog het rapport Hostile Takeover van de internationale anti-corruptie organisatie Global Witness. Dat rapport werd enkele dagen na verschijning in 2016 bij het grote publiek bekend door een interview met Kem Ley op het Zuidoost-Aziatische radiokanaal van de Voice of America. Kem Ley was niet alleen gepromoveerd Aids-onderzoeker, maar ook een politiek commentator en begenadigd schrijver. Om de censuur te ontlopen schreef hij iedere week op Facebook een ‘fabel’ over de werking van de macht. Hij was zeer geliefd bij een groot publiek en daarom evenzeer gevreesd door het regiem. Een week na het interview werd Kem Ley vermoord. De moord is nooit serieus onderzocht. De weg naar de begraafplaats in zijn geboortedorp (in Takeo) was zeventig kilometer lang. Langs de hele route stonden tienduizenden rouwende mensen. Na Kem Ley is er in Cambodja niet meer een zo begenadigde influencer opgestaan.


Ontdek meer van Cambodja Glim en Grim

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Meer berichten

Beste lezers van dit blog

Gisteren hebben Cambodja en Thailand besloten tot een voorlopig staakt-het-vuren van drie dagen. Het desbetreffende verdrag bevat veel hoopvolle punten,...

Khom, een nationalistische fabel

Afgelopen dagen zijn de beschietingen over en weer in intensiteit toegekomen. Er worden tientallen doden gemeld, maar de cijfers zijn...

Grensoorlog in nieuwe fase

Op 8 december is de oorlog tussen Cambodja en Thailand weer opgelaaid. Tientallen burgers zijn om het leven gekomen en...

Cambodja in dubio

Op het wereldtoneel worden panelen verschoven met als belangrijkste actoren Amerika en China. Daartussen zit Cambodja een beetje klem. De...